Passantenregeling geldt niet bij TBS met voorwaarden

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in onderstaande uitspraak van 19 oktober 2017 opnieuw bevestigd dat de passantenregeling niet van toepassing is bij TBS met voorwaarden.

De passantenregeling houdt in dat veroordeelden aan wie TBS met dwangverpleging is opgelegd in een Huis van Bewaring gedetineerd gehouden kunnen worden tot zij geplaatst kunnen worden in een TBS-kliniek. Vroeger konden de wachttijden daarvoor oplopen tot soms wel twee jaar. Tegenwoordig zijn er in beginsel geen wachtlijsten meer en duurt de passantenwachttijd slechts zolang als het administratief gezien duurt om iemand geplaatst te krijgen, meestal binnen drie maanden.

Maar als er geen TBS met dwangverpleging opgelegd wordt, maar wel TBS met voorwaarden, geldt deze mogelijkheid niet. Dat betekent dat het kan voorkomen dat iemand in afwachting van plaatsing in een kliniek (als dat als voorwaarde is gesteld) in vrijheid gesteld moet worden zodra de daaraan voorafgaande gevangenisstraf is ondergaan.

Om dat te voorkomen kunnen rechters, zoals in de uitspraak hieronder, een in verhouding zeer lange gevangenisstraf opleggen om de wachttijd te overbruggen. Vaak is ten tijde van de zitting niet bekend op welke datum precies de opname kan plaatsvinden. In het onderhavige geval heeft het Gerechtshof veiligheidshalve de gevangenisstraf dusdanig lang gemaakt, dat de veroordeelde in ieder geval binnen die termijn opgenomen kan worden en niet voordat zijn behandeling begint op straat komt te staan.

Mocht er al voor het einde van die gevangenisstraf een plaats vrijkomen in de opnemende kliniek, dan kan de opname al tijdens de gevangenisstraf plaatsvinden. Het Gerechtshof geeft in deze uitspraak aan dat het de veroordeelde vrij staat om te verzoeken eerder tot plaatsing in de kliniek over te gaan mocht daar eerder plek vrijkomen. Meestal gebeurt dat door toepassing van artikel 15.5 Penitentiaire Beginselenwet. Hiertoe moet een verzoek bij de selectiefunctionaris worden ingediend. In sommige gevallen kan gebruik gemaakt worden van artikel 43.3 PBW. In dat geval besluit de directeur van de PI daartoe zelf.

klik hier voor de uitspraak

 

2017-10-21T13:59:51+00:00