(Voorlopige) hervatting/omzetting in dwangverpleging

Als de dwangverpleging voorwaardelijk wordt beëindigd, worden daar voorwaarden aan gesteld. Als die voorwaarden niet worden nageleefd of het belang van de veiligheid van anderen dan wel van de algemene veiligheid van personen of goederen dat vereist, kan de officier van justitie op grond van artikel 38k Sr een vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege indienen.

In afwachting van de behandeling door de rechtbank van de vordering tot hervatting kan de officier van justitie een aanhoudingsbevel geven en een vordering tot voorlopige  hervatting van de dwangverpleging indienen op grond van artikel 509i Sv. Criterium daarvoor is of er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de TBS-gestelde zich zodanig heeft gedragen dat de dwangverpleging zal worden hervat. Als zo’n vordering tot voorlopige hervatting wordt ingediend, moet er ook al een vordering tot hervatting zijn ingediend. De rechter-commissaris beslist binnen driemaal vierentwintig uur na aanhouding op die vordering, nadat hij de TBS-gestelde heeft gehoord. De officier van justitie kan er overigens ook voor kiezen om na de aanhouding geen vordering tot voorlopige hervatting in te dienen. In dat geval wordt de TBS-gestelde weer vrijgelaten. Tot de behandeling van de vordering tot voorlopige hervatting verblijft de TBS-gestelde in een politiecel, meestal in de buurt van de rechtbank waar de vordering door de rechter-commissaris wordt behandeld, namelijk de rechtbank die ook de reguliere verlengingsvorderingen behandelt.

Als de vordering tot voorlopige hervatting wordt toegewezen, wordt de TBS-gestelde in beginsel naar een Huis van Bewaring overgebracht. Als een verblijf in een TBS-kliniek de voorkeur heeft, kan de officier van justitie de selectiefunctionaris vragen om te bepalen dat het bevel in een TBS-kliniek wordt tenuitvoergelegd. In dat geval zijn er geen verlofmogelijkheden. Ook kan de rechter-commissaris de vordering afwijzen als de reclassering de aanwijzing geeft dat de TBS-gestelde in het kader van FPT (Forensisch Psychiatrisch Toezicht) zich gedurende zeven weken (eventueel te verlengen met zeven weken) laat opnemen in een TBS-kliniek. Indien aannemelijk is dat de TBS-gestelde zich aan die aanwijzing zal houden, kan daarmee het gevaar voldoende afgewend worden en kan de TBS-gestelde in de TBS-kliniek verblijven. In dat geval bepaalt de reclassering het vrijhedenbeleid. De vordering tot hervatting kan in die periode door de rechtbank worden behandeld zonder dat de TBS-gestelde in de tussentijd in een Huis van Bewaring hoeft te verblijven. Een derde (wat gecompliceerde) mogelijkheid is de rechter-commissaris te vragen de vordering af te wijzen en het OM te vragen een vordering tot crisisplaatsing (ook tweemaal zeven weken, 509j bis Sv) bij de rechtbank in te dienen. In dat geval kan de TBS-gestelde ook zonder zijn instemming opgenomen worden in de TBS-kliniek en is er geen mogelijkheid voor verlof. Als geen van deze opties lukt, dan zal de TBS-gestelde in een Huis van Bewaring worden geplaatst. Indien er zorgen over de psychische gesteldheid van de TBS-gestelde zijn, zal de selectiefunctionaris (na advies daartoe van de afdelingspsycholoog) eerder kiezen voor een verblijf op een EZV-afdeling of in een PPC dan plaatsing in een TBS-kliniek.

Als de rechter-commissaris de voorlopige hervatting beveelt, moet de rechtbank binnen een maand beslissen op de vordering tot hervatting. In de praktijk komt het voor dat de rechtbank de zitting waarop de vordering wordt behandeld, aanhoudt en dus niet binnen een maand beslist. Zo lang nog niet onherroepelijk is beslist op die vordering (dus ook indien hoger beroep wordt ingesteld), loopt het bevel tot voorlopige hervatting van de rechter-commissaris door en verblijft de TBS-gestelde in het Huis van Bewaring. Hoewel de wet die mogelijkheid niet expliciet noemt, komt het voor dat de rechtbank de invrijheidstelling beveelt terwijl nog geen beslissing op de vordering is genomen. Dit zal slechts het geval zijn indien een langere “detentie” onherstelbare schade aan de situatie toebrengt (zoals verlies woning en werk) en de rechtbank het voornemen heeft om de vordering (onder wijziging/aanscherping van de voorwaarden) af te wijzen. Ook kan uit de beslissing tot afwijzing van de vordering blijken dat de voorlopige hervatting wordt opgeheven, wat relevant kan zijn indien het OM tegen die afwijzende beslissing in hoger beroep gaat.

Dit alles geldt eveneens voor de situatie waarbij aanvankelijk een TBS met voorwaarden is opgelegd, maar de officier van justitie wil dat alsnog de verpleging van overheidswege wordt opgelegd (artikel 38c Sr).

Voor een vordering tot omzetting in dan wel hervatting van de dwangverpleging wordt een afzonderlijke ambtshalve last tot toevoeging verstrekt (7 punten). De zitting bij de rechter-commissaris kan op die toevoeging gedeclareerd worden onder “getuigenverhoor in het kader van een GVO” (1 punt). Voor het bezoek aan de TBS-gestelde in de politiecel na de aanhouding kan het piketformulier gebruikt worden. In de praktijk wordt het piketformulier ook wel gebruikt om de zitting bij de RC te declareren (1,5 punten, maar geen reistijdvergoeding).

2018-03-08T20:21:52+00:00